Nieuws

Recordaantal bedrijfsoprichtingen in 2019

In 2019 zijn ruim 207 duizend bedrijven opgericht, dat zijn er 23 duizend meer dan in 2018. Het aantal oprichtingen in een jaar is nog nooit zo hoog geweest. Net als eerdere jaren kende de specialistische zakelijke dienstverlening de meeste oprichtingen, gevolgd door de handel en de bouw. Het aantal opheffingen was ook hoger dan in 2018, maar per saldo groeide het aantal bedrijven in Nederland. Per 1 januari 2020 zijn er 1,85 miljoen bedrijven actief. Dit meldt het CBS op basis van nieuwe cijfers.
Binnen de handel zijn webwinkels met ruim 15 duizend verantwoordelijk voor meer dan de helft van de oprichtingen. Het aantal opgerichte webwinkels is ten opzichte van 2018 bijna verdubbeld en voor het eerst in tien jaar zijn hierdoor organisatieadviesbureaus niet de meest opgerichte bedrijven.

Toename aantal opgeheven bedrijven
In 2019 zijn ruim 115 duizend bedrijven opgeheven, dat is een toename van 8 procent ten opzichte van 2018. Het is tevens het hoogste aantal opheffingen sinds 2015. Alleen in de landbouw is het aantal opgeheven bedrijven in 2019 lager dan in 2018. In absolute aantallen is het aantal gestopte bedrijven het sterkst gestegen bij de specialistische zakelijke diensten (+1 895). Dit werd vooral veroorzaakt door holdings en managementadviesbureaus (+740), en bedrijven in design, fotografie en vertaalbureaus (+680).

In het onderwijs is het aantal opheffingen met 19 procent gestegen ten opzichte van een jaar eerder. Studiebegeleiding had hierin met 25 procent meer opheffingen een belangrijke bijdrage.

De branches waar relatief veel bedrijven zijn gestopt zijn post en koeriers, waar 11 procent van bedrijven in 2019 is gestopt, en de overige zakelijke dienstverlening (9 procent, waaronder veel stoppers bij de callcenters). In de handel is het verloop bij de webwinkels het hoogst, hier stopte 1 op de 9 bedrijven.

Per saldo is het aantal bedrijven het sterkst toegenomen bij de specialistische zakelijke diensten. In totaal kwamen er 17 965 bedrijven bij die specialistische zakelijke diensten aanbieden. Het gaat dan met name om holdings en managementadviesbureaus (+7 370). Ook de bouwnijverheid kende een behoorlijke netto groei van 14 270 bedrijven.

Weer veel eenmanszaken opgericht
Het grootste deel van de bedrijven valt onder de rechtsvorm natuurlijke personen. In deze vorm zijn een of meerdere mensen hoofdelijk aansprakelijk voor de verplichtingen en lasten van het bedrijf. Een bedrijf kan ook worden opgericht als rechtspersoon, waarbij het bedrijf zelf een 'persoon' is in juridische zin. In 2019 zijn bijna 159 duizend eenmanszaken opgericht, dit is ruim driekwart van het totaal aantal gestarte bedrijven en de meest voorkomende onder de rechtsvorm natuurlijke personen. Sinds 2007 vormen de eenmanszaken de grootste groep bedrijven binnen de starters en is het aandeel van deze groep in de totale bedrijvenpopulatie voortdurend toegenomen.

Op 1 januari 2020 is twee derde van alle bedrijven een eenmanszaak, in 2007 was dat net iets meer dan 50 procent. Het aantal eenmanszaken is in deze periode bijna verdubbeld van 568 duizend naar ruim 1,2 miljoen. Besloten vennootschappen, de meest voorkomende vorm onder rechtspersonen, nam in die periode toe met 125 duizend bedrijven tot bijna 370 duizend.

Bron

CBS 7 februari 2020

Kleiner deel mkb heeft behoefte aan externe financiering

Van het midden- en kleinbedrijf (mkb) had 20 procent behoefte aan externe financiering in de periode van juli 2018 tot juli 2019. Dat is minder dan een jaar eerder. Toen gaf 24 procent aan een financieringsbehoefte te hebben. Van de mkb-bedrijven die daadwerkelijk een aanvraag deden, kreeg 84 procent de financiering ook rond. Vrouwelijke ondernemers met een financieringsbehoefte weten die financiering uiteindelijk minder vaak aan te trekken. Dat meldt het CBS op basis van de tweede editie van de Financieringsmonitor.


De Financieringsmonitor toont onder andere de resultaten van een digitale enquête die is uitgezet onder bedrijven met 2 tot 250 werkzame personen in de business economy. Met de resultaten van de enquête wordt de zoektocht van het mkb naar externe financiering van begin tot eind in kaart gebracht. De enquête had betrekking op de periode van juli 2018 tot juli 2019. De vorige editie van de financieringsmonitor ging over de periode van juli 2017 tot juli 2018.

Van de bedrijven die aangeven een financieringsbehoefte te hebben, verkent 83 procent de mogelijkheden. Ruim twee derde van deze laatste groep doet vervolgens daadwerkelijk een aanvraag voor financiering. Hiervan wordt 84 procent toegekend.

Vergeleken met een jaar eerder hadden minder bedrijven een financieringsbehoefte, maar het verlangde bedrag was groter. In het mkb in de business economy was het gewenste bedrag aan externe financiering tussen juli 2018 en juli 2019 in doorsnee 175 duizend euro. Dat wil zeggen dat de helft een lager bedrag zocht en de andere helft een hoger bedrag. Een jaar eerder was dit 105 duizend euro. Dit hangt samen met een afname van de financieringsbehoefte, die het sterkst zichtbaar is bij de kleinste bedrijven.

Gemiddelde slaagkans laagst bij kleinste mkb'ers
Het gemiddelde slagingspercentage varieert tussen 81 procent voor de groep microbedrijven (2 tot 10 werkzame personen) tot 96 procent voor middenbedrijven (50-250 werkzame personen). Dit is lager dan bij het grootbedrijf, waar 98 procent van de aanvragen leidt tot financiering. Naast bedrijfsgrootte dragen ook financiële gezondheid en de beschikbaarheid van veel onderpand bij aan de slaagkans. De handel en de zakelijke dienstverlening zijn bedrijfstakken binnen het mkb waar een aanvraag het minst vaak leidt tot financiering. Bedrijven in deze bedrijfstakken kunnen financiers minder onderpand, en dus minder zekerheden bieden.

Financieringsbehoefte van vrouwelijke ondernemers uiteindelijk minder vaak ingevuld
Bedrijven van teams geleid door overwegend vrouwelijke ondernemers vallen in de zoektocht naar financiering vaker af dan bedrijven met mannelijke ondernemers. Zij hebben minder vaak behoefte aan externe financiering, verkennen de mogelijkheden minder vaak en doen minder vaak een aanvraag. Bijvoorbeeld omdat ze vaker dan mannelijke ondernemers verwachten de gezochte financiering niet te zullen krijgen of dat deze te duur zal zijn. Die verschillen zijn significant, ook na correctie voor verschillen in kenmerken van de bedrijven, zoals sector en grootteklasse. Maar áls bedrijven van vrouwelijke ondernemers uiteindelijk een externe financieringsaanvraag doen, hebben zij dezelfde slaagkans als mannelijke ondernemers.

Dat betekent uiteindelijk dat vrouwelijke ondernemers met een externe financieringsbehoefte er minder vaak in slagen in die behoefte te voorzien dan mannelijke ondernemers: 37 versus 52 procent. Voor deze analyse zijn twee jaargangen van de Financieringsmonitor gecombineerd. De uitkomsten hebben dus betrekking op de periode van juli 2017 tot juli 2019.

De Financieringsmonitor
De Financieringsmonitor wordt bekostigd door het ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK). Het doel van de monitor is om een overzichtelijk beeld te geven van de Nederlandse markt voor externe financiering voor bedrijven in het mkb. Daarvoor wordt de zoektocht naar financiering van ondernemers gevolgd en een schets gegeven van recente ontwikkelingen op de Nederlandse financieringsmarkt. Deze tweede editie van de monitor heeft betrekking op de periode die loopt van 1 juli 2018 tot 1 juli 2019.

De Financieringsmonitor bestaat uit drie onderdelen. De voornaamste uitkomsten worden beschreven in het onderzoeksrapport. Het dashboard geeft op interactieve wijze meer detailinformatie. Ten slotte worden de analysedata die voortkomen uit de monitor beschikbaar gesteld aan gebruikers van de microdatafaciliteit van het CBS. Zo kunnen ook anderen onderzoek doen naar de financierbaarheid van het mkb.

Bron

CBS 28 januari 2020

In 2019 iets meer faillissementen dan in 2018

In december 2019 zijn er voor zittingsdagen gecorrigeerd 46 bedrijven minder failliet verklaard dan in november, meldt het CBS. Met het decembercijfer is ook het cijfer voor 2019 bekend. Afgelopen jaar zijn 3 208 bedrijven failliet verklaard. Dat zijn er 63 meer dan in 2018.

Trend afgelopen jaren redelijk vlak
In mei 2013 piekte het aantal uitgesproken faillissementen, voor zittingsdagen gecorrigeerd. Daarna is er tot september 2017 sprake van een dalende trend. Na september 2017 is de trend redelijk vlak. Het aantal faillissementen bereikte in september 2018 het laagste niveau sinds 2001. Daarna wisselden perioden met stijgingen en dalingen elkaar af.

Aantal faillissementen 2 procent hoger dan in 2018
In 2019 zijn 3 208 bedrijven en instellingen failliet verklaard. Dat is 2 procent meer dan in 2018.

Het aantal faillissementen bereikte in 2013 een piek van 8 376. Daarna is het aantal faillissementen vijf jaar achter elkaar afgenomen, in totaal met ruim 62 procent. Dit ging samen met de economische groei van de afgelopen jaren in Nederland. In 2019 is het aantal faillissementen voor het eerst na 2013 weer iets toegenomen. Ondanks de stijging ligt het aantal faillissementen nog steeds op een relatief laag niveau. Het aantal faillissementen in 2019 is het op een na laagste aantal van deze eeuw.

Sterkste stijging faillissementen in de specialistische zakelijke dienstverlening
Absoluut gezien was de stijging van het aantal faillissementen in de specialistische zakelijke dienstverlening (onder andere advies- en onderzoekbureaus) het sterkst. Het aantal uitgesproken faillissementen nam toe van 317 in 2018 naar 396 in 2019, ofwel een stijging van 79. Relatief gezien was de toename van de faillissementen ook het sterkst in de specialistische zakelijke dienstverlening (25 procent). Ook in de handel, de sector verhuur en overige zakelijke diensten, de zorg en de sector verhuur en handel van onroerend goed lag het aantal faillissementen in 2019 hoger dan in 2018. In 7 van de 13 bedrijfstakken was het aantal faillissementen echter lager dan in 2018.

Net als in voorgaande jaren zijn de meeste faillissementen van bedrijven en instellingen uitgesproken in de handel, namelijk 730. In vergelijking met 2018 zijn er 43 faillissementen meer uitgesproken in de handel. De handel behoort tot de bedrijfstakken met de meeste bedrijven.

In twee derde van de provincies meer bedrijven failliet
In twee derde van de provincies zijn in 2019 meer bedrijven failliet verklaard dan in 2018. Het grootst was de stijging in Gelderland met 44 bedrijven (14 procent). Relatief gezien was de grootste stijging in Zeeland met 34 procent.

De provincies Zuid-Holland, Noord-Brabant en Noord-Holland tellen de meeste bedrijven. In Zuid- en Noord-Holland zijn in 2019 respectievelijk 22 en 4 bedrijven minder failliet verklaard dan in 2018, maar in Noord-Brabant zijn er 11 bedrijven meer failliet verklaard.

Bron

CBS 13 januari 2020

In tien jaar tijd ruim 11 procent minder winkels

Het aantal winkelvestigingen is in het afgelopen decennium met ruim 11 procent gedaald. Er zijn vooral minder winkels in dvd's en cd's, fotocamera's en baby- en kinderkleding dan in 2010. Tegelijkertijd verdrievoudigde het aantal webwinkels. Dat meldt het CBS in de publicatie de regionale economie 2018.


Op 1 januari 2019 telde Nederland bijna 86 duizend fysieke winkelvestigingen. In 2010 waren dat er nog ruim 97 duizend. Het zijn non-food winkels die zijn verdwenen, van de 78 duizend vestigingen in 2010 waren er begin 2019 nog 67 duizend over (-15 procent). Het aantal supermarkten nam in deze periode toe, het aantal voedingsspeciaalzaken (zoals bakkers, slagers en de groenteboer) is min of meer gelijk aan 2010.

De afname van het aantal fysieke winkels valt samen met de verdere groei van het online winkelen. Het aandeel Nederlanders dat online aankopen (e-shoppen) doet, is verder gestegen. In 2019 kocht 79 procent van de Nederlanders van 12 jaar of ouder iets via internet, in 2012 was dat 64 procent. Het aantal webwinkels is verdrievoudigd in de periode 2010-2019. Bedrijven hebben steeds vaker een webshop en behalen steeds meer omzet uit de online verkoop. Dit geldt niet alleen voor bedrijven in de detailhandel. Ook de groothandel en industrie kunnen via internet hun producten direct aan de consument verkopen en doen dit ook steeds vaker. Het aantal webshops is in de periode 2010-2019 verdrievoudigd tot 40 duizend.


Minder non-foodwinkels
Het aantal fysieke non-food winkels nam met bijna 15 procent af in de periode 2010-2019. Vooral het aantal winkels met een assortiment dat door consumenten steeds vaker online wordt gekocht nam af. Platen en cd's, boeken en kranten, speelgoed, fotografiebenodigdheden, schoenen en sportartikelen worden in toenemende mate online gekocht, het aantal winkels met deze assortimenten namen af. Ook consumentenelektronica, zoals huishoudelijke apparaten of computers, is in steeds minder fysieke winkels te koop. De terugloop onder kledingwinkels is minder hard gegaan, de afname ligt rond het gemiddelde. Wel is het aantal winkels in baby- en kinderkleding gehalveerd.

Niet van alle soorten fysieke winkels daalde het aantal vestigingen. Zo nam het aantal tuincentra toe (terwijl het aantal bloemenzaken afnam) in het afgelopen decennium. Het aantal winkels in woninginrichting nam toe, net als het aantal warenhuizen (winkels met een breed algemeen assortiment). Ook winkels gespecialiseerd in communicatie(apparatuur) zoals mobiel bellen schoten als paddenstoelen uit de grond.


Winkeldichtheid afgenomen
Niet alleen zijn er in 2019 minder winkels dan in 2010, de Nederlandse bevolking is in deze periode met ruim 700 duizend personen gegroeid. De winkeldichtheid, het aantal winkels per duizend inwoners, is dan ook afgenomen van 6 in 2010 naar 5 winkels per duizend inwoners in 2019. In alle COROP-gebieden nam de winkeldichtheid af. In enkele gebieden kromp de bevolking en is de afname in winkeldichtheid relatief kleiner dan de afname van het aantal vestigingen. In gebieden met bevolkingsgroei is de afname in winkeldichtheid juist groter.

De hoogste winkeldichtheid is in Zeeuwsch-Vlaanderen, met bijna 7 winkels per duizend inwoners. In 2010 was dit nog 8. In Flevoland is de winkeldichtheid het laagst, met nog geen 4 winkels per duizend inwoners.

Bron

CBS 18 december 2019

Robuuste groei toegevoegde waarde in het mkb

De toegevoegde waarde van niet-financiële midden- en kleinbedrijven nam in 2018 toe met 5,4 procent. Ook in 2017 was de groei ruim 5 procent. Zowel de arbeidsproductiviteit als de werkgelegenheid namen toe in 2018. Dit meldt het CBS op basis van statistisch onderzoek voor het 'Jaarbericht Staat van het MKB 2019' van het Comité voor Ondernemerschap.


De toegevoegde waarde van het mkb in het niet-financiële bedrijfsleven, de business economy, was 241 miljard euro in 2018. De toegevoegde waarde nam in het middenbedrijf (50 tot 250 werkzame personen) en bij de zzp'ers (1 werkzame persoon) met circa 8 procent het sterkst toe. In het klein- en microbedrijf (2 tot 50 werkzame personen) groeide de toegevoegde waarde in 2018 minder dan in 2017. Bij het grootbedrijf was de groei met ruim 6 procent wel groter dan in 2017.

Groeiversnelling middenbedrijf vooral door verbetering arbeidsproductiviteit
De toename van de toegevoegde waarde is deels toe te schrijven aan een verbeterde arbeidsproductiviteit. De toegevoegde waarde per vte nam binnen het mkb toe met 2,4 procent in 2018. De arbeidsproductiviteit van het middenbedrijf nam in 2018 met 4,6 procent toe, waar deze in 2017 nog met 0,9 procent daalde. In het kleinbedrijf nam de arbeidsproductiviteit in 2018 juist af met 0,8 procent. In het microbedrijf groeide de arbeidsproductiviteit met 3,1 procent.

Personeelstekort belemmert activiteiten
Het arbeidsvolume van het mkb in de business economy is in 2018 met 2,9 procent toegenomen tot ruim 3,5 miljoen vte. Daarbij nam het aantal openstaande vacatures aanzienlijk toe. Deze toename zette door in 2019. Aan het eind van het tweede kwartaal van 2019 stonden er 161 duizend vacatures open bij midden- en kleinbedrijven met personeel, ruim 9 procent meer dan een jaar eerder. 54,8 procent van alle openstaande vacatures in Nederland zijn in het mkb.

De openstaande vacatures blijken steeds moeilijker in te vullen. Bedrijven geven namelijk steeds vaker aan dat een tekort aan gekwalificeerd personeel hen belemmert bij hun zakelijke activiteiten. Aan het begin van het derde kwartaal 2019 gaf een kwart van de ondernemers dit aan. Met 27,2 procent was het tekort het grootst bij het grootbedrijf en het kleinst bij het kleinbedrijf (22,3 procent).

De Staat van het MKB
Het samenstellen van deze macro-economische cijfers over het mkb is verricht in opdracht van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat voor de Staat van het MKB van het Nederlands Comité voor Ondernemerschap. Het Comité brengt eens per jaar in een jaarbericht al het relevante materiaal samen, maakt de balans op en blikt vooruit. Bij de duiding van de gegevens is gebruik gemaakt van de input van ondernemers, branches en wetenschappers. Het Comité voor Ondernemerschap heeft het Jaarbericht Staat van het MKB 2019 aan staatssecretaris Mona Keijzer van Economische Zaken en Klimaat aangeboden. Het jaarbericht is beschikbaar op de website StaatvanhetMKB.nl.

Bron

CBS 8 oktober 2019

Contactgegevens

BTBedrijfsadvies

Kauwenhoven 78

6741 PW Lunteren

 

T (0318) 48 33 82

E Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.