Nieuws

Omzet transport 4,6 procent hoger in eerste kwartaal

De omzet van de transportsector was in het eerste kwartaal van 2019 4,6 procent hoger dan in dezelfde periode een jaar eerder. Koeriersbedrijven zetten ruim 13 procent meer om. Bij luchtvaartbedrijven was de omzet 0,3 procent hoger dan een jaar eerder. Dit meldt het CBS op basis van nieuwe kwartaalcijfers.

Alle branches in de transportsector behaalden meer omzet dan een jaar geleden. De totale transportsector laat al 10 kwartalen jaar op jaar een hogere omzet zien.

Omzet koeriers ruim 13 procent hoger
De koeriersbedrijven boekten ruim 13 procent meer omzet. Sinds eind 2010 was de omzet in deze branche ieder kwartaal hoger dan een jaar eerder. De toenemende internetverkopen hangen hiermee samen. Particulieren bestellen meer goederen online, bij zowel de reguliere detailhandelaren als bij de webwinkels. Een groot deel van deze goederen wordt door de koeriers bij de klanten bezorgd. De omzet internetverkopen was in het eerste kwartaal 16,6 procent hoger.

Omzet luchtvaart licht hoger
Luchtvaartmaatschappijen zetten 0,3 procent meer om ten opzichte van dezelfde periode vorig jaar. De omzet van het luchtgoederenvervoer was lager; die van het passagiersvervoer licht hoger. De luchtvaartmaatschappijen vervoerden wel meer reizigers, maar de prijzen van de vliegtickets waren lager dan vorig jaar. In de dienstverlening voor het vervoer door de lucht was de omzet 5,7 procent hoger. Er werden door de luchthavens meer passagiers afgehandeld, maar er werd minder vracht verwerkt.

Binnenvaart profiteert voor derde kwartaal op rij van laagwater
De omzet van de binnenvaartbedrijven was bijna 11 procent hoger dan een jaar eerder. Dit kwam onder andere door de periodes met laagwater in het afgelopen kwartaal, al waren deze niet zo extreem als het voorgaande kwartaal. Doordat de schepen minder konden vervoeren, waren er meer schepen nodig om de vrachten te vervoeren. Schippers konden daardoor hogere vrachttarieven bedingen en kregen ook een laagwatertoeslag.

Bedrijven in het goederenwegvervoer boekten 5,7 procent meer omzet. De omzet in deze branche is al vanaf het laatste kwartaal van 2013 elk kwartaal hoger dan een jaar eerder.

De laad-, los- en overslagbedrijven zetten 3,3 procent meer om. Dit is het achtste kwartaal op rij dat de omzet hoger is. De overslag in de havens lag hier voor een deel aan ten grondslag. Vooral de containeroverslag neemt de laatste jaren toe.

Transportsector positief gestemd over het tweede kwartaal van 2019
Ruim 95 procent van de bedrijven in de transportsector verwacht in het tweede kwartaal dat de omzet gelijk zal blijven of toe zal nemen. Ook verwacht gemiddeld 98 procent van de bedrijven dat de prijzen niet lager zullen worden. Uitzondering hierop is de binnenvaart: bijna 20 procent van de vrachtvaarders verwacht lagere tarieven. Dat komt ook doordat er geen of minder periodes met laagwater worden verwacht.

De post- en koeriersbedrijven zijn positief in hun verwachtingen: bijna drie kwart van de bedrijven verwacht dat de omzet in het tweede kwartaal zal toenemen. 1 op de 5 post- en koeriersbedrijven denkt met meer personeel te werken, al is het tekort aan arbeidskrachten voor bijna drie kwart van de ondernemingen in deze branche tevens de grootste belemmering. Voldoende personeel aantrekken is voor de totale transportsector een uitdaging. Het aantal te vervullen vacatures blijft stijgen.

Bron

CBS 11 juni 2019

Omzet zakelijke dienstverlening 6,8 procent hoger

De omzet van de zakelijke dienstverlening steeg in het eerste kwartaal van 2019 met 6,8 procent ten opzichte van hetzelfde kwartaal een jaar eerder. De stijging was ruim 1,5 procentpunt lager dan in de voorgaande drie kwartalen. Dit meldt het CBS op basis van nieuwe kwartaalcijfers.

De architecten zagen de omzet met 9,7 procent het sterkst toenemen, aanzienlijk meer dan de drie voorgaande kwartalen waarin de stijging rond 4 à 5 procent was. De architectenbranche is binnen de zakelijke dienstverlening een relatief kleine bedrijfstak.

Ook bij de uitzendbranche, die een flink aandeel binnen de zakelijke dienstverlening heeft, was de omzetstijging in het eerste kwartaal van 2019 met 7,6 procent bovengemiddeld, maar wel lager dan de 11 procent stijging die de uitzendbranche in de voorgaande twee kwartalen behaalde.

Bij de schoonmaakbedrijven (inclusief hoveniers) was de omzetstijging in het eerste kwartaal van 2019 met 6,6 procent ook lager dan de 10,6 procent van het vierde kwartaal van 2018. Het reclamewezen en marktonderzoek zag de stijging juist versnellen: van 1,0 procent omzetstijging in de voorgaande twee kwartalen, steeg de omzet in het eerste kwartaal van 2019 met 3,6 procent.

De omzet van de IT-dienstverleners steeg met 7,0 procent ten opzichte van een jaar eerder. Net als bij de totale zakelijke dienstverlening is dat een stijging, maar die is lager dan in de laatste twee kwartalen van 2018 waarin de omzetstijging rond 8 procent was.

Ondernemersvertrouwen neemt af
Het ondernemersvertrouwen van de zakelijke dienstverleners blijft met een waarde van 13,0 ook voor het tweede kwartaal van 2019 positief. Wel is het vertrouwen wat gedaald en staat het op het laagste niveau sinds eind 2016.

Bron

CBS 30 mei 2019

Aantal overnachtingen in eerste kwartaal toegenomen

Het aantal overnachtingen in de Nederlandse logiesaccommodaties bedroeg in het eerste kwartaal van dit jaar 18,3 miljoen. Dat is bijna de helft meer (46 procent) dan in dezelfde periode in 2012, toen 12,6 miljoen gasten in de logiesaccommodaties verbleven. Door de toename van het aantal hotelovernachtingen is de seizoensfluctuatie van de Nederlandse logiesaccommodaties iets afgenomen. Dit blijkt uit de meest recente cijfers van het CBS.

Het aantal overnachtingen in het eerste kwartaal is vergeleken met de rest van het jaar over het algemeen het laagst. In 2018 vond 15 procent van de overnachtingen gedurende het eerste en 19 procent tijdens het vierde kwartaal plaats. Het tweede en derde kwartaal waren samen goed voor 66 procent van de overnachtingen.

Aantal overnachtingen iets minder seizoensafhankelijk
De drie drukste maanden van 2018, de maanden mei, juli en augustus, waren goed voor 38,5 procent van alle overnachtingen dat jaar. Twintig jaar terug bedroeg dit aandeel nog 46 procent (maanden juni, juli en augustus). Dit komt vooral door de sterke toename van het aantal hotelovernachtingen waarbij minder sprake is van seizoensfluctuatie.

De seizoensfluctuatie wordt bepaald door het aantal overnachtingen in de drie drukste maanden te delen door de overnachtingen van het gehele jaar. De seizoensfluctuatie kan variëren van 25 tot 100 procent.

Hotels hele jaar door populair
Hotels zijn het minst afhankelijk van het seizoen. Vergeleken met campings, bungalowparken en groepsaccommodaties boeken zij gedurende het hele jaar door de meeste gasten. Campings moeten het juist hebben van de periode april tot en met september en zijn in de winterperiode vaak gesloten.

Van alle overnachtingen op campings valt 93 procent in 2018 in de periode april tot en met september. Bij bungalowparken is dit 62 procent en bij hotels 57 procent van alle overnachtingen.

Aantal overnachtingen stijgt in zes jaar met 23 miljoen
Het aantal overnachtingen in de Nederlandse logiesaccommodaties nam toe van 92,9 miljoen in 2012 naar 116,1 miljoen vorig jaar. Dat is een toename van 25 procent. Deze stijging komt vooral door een sterke toename van het aantal hotelovernachtingen (15 miljoen). Wel brengen gasten nog steeds meer nachten door op campings of bungalowparken dan in hotels.

In 2018 verbleven gasten 64,5 miljoen nachten op een camping, bungalow of groepsaccommodatie, tegenover 51,6 miljoen nachten in een hotel. In de periode 1998 tot en met 2012 steeg het aantal overnachtingen met ongeveer 10 procent. Onder totale verblijfsrecreatie vallen bungalowparken, campings en groepsaccommodaties.

Bron

CBS 30 mei 2019

Omzet autosector groeit met 1,2 procent

De omzet van de auto- en motorbranche is in het eerste kwartaal van 2019 licht gestegen ten opzichte van hetzelfde kwartaal een jaar eerder. De omzetstijging bedroeg 1,2 procent. Van alle bedrijfstakken in Nederland meldde de branche als enige een negatief ondernemersvertrouwen. Dit meldt het CBS in het nieuwe kwartaalbeeld van de auto- en motorbranche.

Van alle sectoren in de auto- en motorbranche boekte de handel en reparatie van motorfietsen in het eerste kwartaal van 2019 de meeste omzetgroei (14,5 procent). De omzet van deze branche laat meestal in het tweede kwartaal een stijging zien. De importeurs haalden een omzetstijging van 5,7 procent vergeleken met dezelfde periode een jaar eerder. In het vierde kwartaal van 2018 was in deze deelbranche nog een daling van bijna 8 procent te zien. Dit had mede te maken met de wetswijziging ten aanzien van de testmethode voor CO2 uitstoot (WLTP) voor het vaststellen van de BPM die op 1 september 2018 in ging.


Daling omzet personenautobranche
In de autohandel en reparatie, de grootste deelbranche, daalde de omzet in het eerste kwartaal van 2019 met 0,6 procent. In het vierde kwartaal was hier nog een stijging van bijna 3 procent en dat was al lager dan de eerste drie kwartalen van 2018. Ook hier speelt de WLTP een grote rol. De verkoop van nieuwe personenauto's daalde met 14 procent ten opzichte van dezelfde periode een jaar eerder.

De omzet van gespecialiseerde reparatiebedrijven steeg met bijna 4 procent. De omzet van de zware bedrijfsautobranche steeg licht met 1,5 procent. De handel in auto-onderdelen daalde met 1,8 procent.

Ondernemersvertrouwen autosector negatief
Het ondernemersvertrouwen in de auto- en motorbranche is in de loop van het eerste kwartaal van 2019 verder gedaald. Er werd in het begin van het eerste kwartaal een licht negatieve stemming gemeten (-5,1 procent) onder de ondernemers, die in het tweede kwartaal verder daalde naar -5,3 procent. In hetzelfde kwartaal een jaar eerder was de stemming met 6,7 procent nog positief. De auto- en motorbranche is de enige bedrijfstak in Nederland waar de stemming negatief is. Het ondernemersvertrouwen in Nederland was het laatste kwartaal zelfs gestegen naar 12 procent.

De verwachting over de omzet in de auto- en motorbranche is komende drie maanden nog niet negatief. Van de ondernemers denkt 17 procent dat de omzet zal stijgen, een kwartaal eerder was dat nog 34 procent.

Een op de vijf bedrijven heeft personeelstekort
In het eerste kwartaal van 2019 stonden in de auto- en motorbranche 4 800 vacatures open. Dit is bijna 12 procent meer dan dezelfde periode vorig jaar. Vergeleken met het vierde kwartaal van 2018 is het aantal openstaande vacatures met 200 gestegen. Deze eeuw waren er alleen in het tweede kwartaal van 2018 meer openstaande vacatures, te weten 4 900.

Veel ondernemers binnen de autosector hebben nog steeds last van een personeelstekort, ook al is het aantal ondernemers dat zegt daardoor belemmerd te worden in de bedrijfsvoering gedaald. Door 1 op de 5 ondernemers wordt aangegeven dat een tekort aan arbeidskrachten hen beperkt in hun activiteiten. Afgelopen kwartalen meldde nog bijna een kwart van de ondernemers dit.

Aantal faillissementen stijgt
Het aantal faillissementen in de auto- en motorbranche is in het eerste kwartaal van 2019 toegenomen. Er gingen 29 bedrijven failliet, 17 meer dan in het eerste kwartaal van 2018. Al stijgt het aantal faillissementen, het zijn er nog altijd minder dan tienjaar geleden toen in het vergelijkbare kwartaal 72 bedrijven failliet gingen. Vooral bedrijven in de autohandel en reparatie moesten gedurende het eerste kwartaal van dit jaar uitstel van betaling aanvragen. In deze branche steeg het aantal faillissementen tot 23, 12 meer dan in het voorgaande kwartaal.

In totaal gingen in het eerste kwartaal in Nederland 808 bedrijven failliet. Daarvan komt dus 3,6 procent voor rekening van de auto- en motorbranche.

Bron

CBS 22 mei 2019

Ondernemersvertrouwen neemt licht toe

Het ondernemersvertrouwen is in het tweede kwartaal van 2019 iets hoger dan een kwartaal eerder. Na twee kwartalen van afname nam het vertrouwen licht toe. Het tekort aan arbeidskrachten vormt voor een deel van de ondernemers echter nog steeds een belemmering bij de uitoefening van hun bedrijfsactiviteiten. Dit melden het CBS, KVK, het Economisch Instituut voor de Bouw, MKB-Nederland en VNO-NCW op basis van de Conjunctuurenquête Nederland onder ondernemers in het niet-financiële bedrijfsleven.


Het ondernemersvertrouwen is, na twee kwartalen daling op rij, licht gestegen. De stemmingsindicator van ondernemend Nederland nam met 1,4 punt toe tot 12,0 aan het begin van het tweede kwartaal van 2019. Daarmee ligt het vertrouwen ruim boven het gemiddelde sinds de start van de meting in 2008. Het niveau van het ondernemersvertrouwen ligt echter lager dan in hetzelfde kwartaal vorig jaar, toen de indicator zich op een historisch hoog niveau bevond.

Weer meeste vertrouwen in bouw
In de meeste bedrijfstakken waar de vertrouwensindicator hoger is dan het gemiddelde ondernemersvertrouwen, neemt het vertrouwen af. In de bedrijftakken waarin de indicator lager is dan gemiddeld, neemt het vertrouwen in de meeste gevallen daarentegen toe. Over het algemeen zijn de verschillen tussen de bedrijfstakken dus kleiner dan in het voorgaande kwartaal.

Het vertrouwensniveau onder de ondernemers in de bouw is in het tweede kwartaal met 27,8 minder hoog dan een kwartaal eerder. Desondanks is het vertrouwen in die bedrijfstak voor het elfde kwartaal op rij het grootst van alle bedrijfstakken. Ook bij de ondernemers in de bedrijfstakken informatie en communicatie, groothandel en zakelijke dienstverlening is het vertrouwen bovengemiddeld. In de bedrijfstak vervoer en opslag verbeterde het vertrouwen fors; van licht negatief in het eerste kwartaal naar 8,4 in het tweede kwartaal en herstelde daarmee van de terugval een kwartaal eerder. Ook in de detailhandel herstelde het vertrouwen van een terugval in het voorgaande kwartaal en kwam uit op 10,9. In de delfstoffenwinning en de autohandel en –reparatie is de indicator negatief.

Tekort arbeidskrachten houdt aan
In het tweede kwartaal belemmert een tekort aan arbeidskrachten één op de vier bedrijven bij de uitoefening van de bedrijfsactiviteiten. Sinds medio 2018 ligt het aandeel bedrijven dat hiermee te maken heeft onafgebroken rond de 25 procent. Ondanks het krappe aanbod van arbeidskrachten verwacht per saldo 10 procent van de ondernemers in het tweede kwartaal het personeelsbestand te kunnen uitbreiden.

Een tekort aan arbeidskrachten wordt het meest genoemd door ondernemers in de zakelijke dienstverlening (34 procent). Binnen de zakelijke dienstverlening zijn echter grote verschillen in het ervaren personeelstekort. Zo ervaart meer dan de helft van de uitzendbureaus en van de beveiligingsbedrijven een tekort aan arbeidskrachten, terwijl slechts één op de 14 reisbureaus een tekort aan arbeidskrachten ondervindt. Ook in de bedrijfstakken informatie en communicatie, horeca, vervoer en opslag alsmede de bouw is het personeelstekort in het tweede kwartaal bovengemiddeld en in de horeca en de bouw zelfs groter dan een kwartaal eerder. Een tekort aan arbeidskrachten wordt door de ondernemers in de delfstoffenwinning het minst genoemd (8,5 procent).

 

Bron

CBS 16 mei 2019

Contactgegevens

BTBedrijfsadvies

Kauwenhoven 78

6741 PW Lunteren

 

T (0318) 48 33 82

E Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.