Nieuws

Ondernemersvertrouwen minder hoog

Het ondernemersvertrouwen komt aan het begin van 2019 uit op 10,6; bijna drie punten lager dan een kwartaal eerder. Desondanks ligt het vertrouwen nog ruimschoots boven het langjarig gemiddelde. Een groeiend aantal ondernemers verwacht negatieve gevolgen van de brexit. Dit melden het CBS, KVK, het Economisch Instituut voor de Bouw, MKB-Nederland en VNO-NCW op basis van de Conjunctuurenquête Nederland onder ondernemers in het niet-financiële bedrijfsleven.


Het ondernemersvertrouwen, daalt nu voor het tweede kwartaal op rij. De stemmingsindicator van ondernemend Nederland ligt in het eerste kwartaal van 2019 met 10,6 echter nog ruim boven het gemiddelde (1,5) sinds de start van de meting in 2008. In het tweede kwartaal van 2009 bereikte het ondernemersvertrouwen de laagste waarde (-29,7) tot nu toe en in het eerste kwartaal van 2018 werd de hoogste waarde bereikt: 18,1.

Bouw nog steeds koploper
Voor het tiende kwartaal op rij is in de bouw het vertrouwen het grootst van alle bedrijfstakken: 31,2. Ook in de zakelijke dienstverlening en bij groothandelaren is het vertrouwen bovengemiddeld.
In de meeste bedrijfstakken is het ondernemersvertrouwen in het eerste kwartaal minder dan in het vierde kwartaal van 2018. De ondernemers die zich bezighouden met autohandel en -reparatie zijn aan het begin van 2019 negatief gestemd. Het vertrouwen daalde van 2,7 in het vierde kwartaal van 2018 naar -5,1 in het eerste kwartaal van 2019.

Toenemend aantal bedrijven verwacht problemen door brexit
Een groeiend deel van het niet-financiële bedrijfsleven verwacht in het eerste kwartaal van 2019 negatieve gevolgen van de brexit. Bijna 1 op de 4 bedrijven verwacht gevolgen voor de bedrijfsvoering. Met name de vrijheid van verkeer van goederen en diensten wordt volgens ondernemers geraakt (11,5 procent van de bedrijven). 11 procent van de ondernemers spreekt de verwachting uit dat er in het eerste kwartaal minder handel gedreven zal worden met Groot-Brittannië dan drie maanden geleden. Ook de omzetontwikkeling in het eerste kwartaal zal naar verwachting negatief beïnvloed worden door de brexit. Ondernemers in de landbouw en de industrie verwachten het vaakst negatieve gevolgen van de brexit.

Ondernemers in Overijssel meest positief
In Overijssel gevestigde ondernemers zijn het meest positief. Het regionale ondernemersvertrouwen in die provincie ligt begin 2019 met 14,0 anderhalve punt hoger dan in het vorige kwartaal. Ook in Zeeland verbeterde het ondernemersvertrouwen. In de overige provincies kwam de stemmingsindicator aan het begin van 2019 lager uit dan in het laatste kwartaal van 2018. De grootste daling komt voor rekening van het bedrijfsleven in Noord-Holland. Het ondernemersvertrouwen daalde daar van 14,9 in het vierde kwartaal van 2018 naar 6,9 in het eerste kwartaal van 2019.

Bron

CBS 14 februari 2019

ABN AMRO: Ondanks groei detailhandel moeilijke tijd voor veel winkeliers

De detailhandel groeit dit jaar volgens economen van ABN AMRO voor het zesde jaar op rij. Zij verwachten dat de sector met 2 procent toeneemt, na een groei van 3 procent vorig jaar. Desondanks is het voor winkeliers een lastige tijd, waarschuwen ze.

De groei is namelijk niet eerlijk verdeeld, aldus de economen van ABN AMRO. Het aantal bezoekers van winkelgebieden neemt al jaren af en daardoor wordt het voor winkeliers steeds moeilijker om het hoofd boven water te houden. Ruim 70 procent van de winkelgebieden heeft nu minder bezoekers dan in 2013.

Onder anderen slagers, bakkers en groenteboeren hebben het lastig. Zij voelen de concurrentie van supermarkten. Tweedehandswinkels, kleermakers en elektronicareparateurs zijn juist aan een opmars bezig omdat er steeds meer aandacht is voor duurzaamheid.

Het aantal faillissementen in de detailhandel daalde vorig jaar voor het eerst in jaren niet meer. In 2019 zal dat aantal volgens de experts van ABN AMRO met maximaal 5 procent toenemen.

Mix van winkels en kundig personeel
De economen denken dat overheden, winkeliers en vastgoedeigenaren nog meer moeten samenwerken om winkelgebieden aantrekkelijk te houden. Samen moeten zij voor een goede mix van verschillende winkels zorgen. Daarbij moeten niet alleen ketens, maar ook kleine zelfstandige winkels en horeca een plaats krijgen.

Winkeliers kunnen volgens de economen zelf het verschil maken door te investeren in kundig personeel. Ook met goede service kunnen ze klanten binden.

Bron

nu.nl

Woonwinkels verwachten lagere omzet door krappe woningmarkt

Woonwinkels hebben last van de krappe woningmarkt. Doordat er bij minder verhuizingen ook minder vloeren, badkamers of keukens worden verkocht, verwacht de branche dit jaar een lagere omzet te boeken.

Vooral in regio's waar de huizenmarkt op slot zit, zoals rond de vier grote steden, voelen de winkeliers dit.

Het jaar 2018 sloten woonwinkels in doorsnee nog met een kleine plus van 0,2 procent af, maakt brancheorganisatie INretail bekend.

Onderling waren er wel veel verschillen. Zo boekten keukenspeciaalzaken vorig jaar gemiddeld 2,8 procent meer omzet, terwijl meubelzaken, beddenverkopers en gemengde woonwinkels te maken hadden met een daling van de opbrengsten.

Naast de krapte op de woningmarkt, denkt INretail dat ook een daling van het consumentenvertrouwen dit jaar de omzet zal drukken. Veel woonwinkels hebben bovendien te kampen met felle concurrentie van bedrijven uit andere sectoren zoals supermarkten en bouwmarkten.

Bron

nu.nl

Detailhandel zet ruim 4 procent meer om in november

De detailhandel heeft in november 4,1 procent meer omgezet dan in november 2017, meldt het CBS. Het verkoopvolume lag 3,2 procent hoger. In de foodsector groeide de omzet met 2,5 procent en in de non-foodsector met bijna 4 procent. Daarnaast is online bijna 20 procent meer omgezet.


De omzetcijfers zijn gecorrigeerd voor de samenstelling van koopdagen in november. Op sommige dagen van de week wordt meer verkocht dan op andere dagen. Zonder deze correctie was de omzet van de detailhandel 4,6 procent hoger dan in november 2017.


Omzet non-foodwinkels bijna 4 procent hoger
De omzet van de winkels in non-food groeide in november met 3,8 procent. Het volume (de voor prijsveranderingen gecorrigeerde omzet) was 3,1 procent hoger dan een jaar eerder.

De winkels in consumentenelektronica en witgoed, de winkels in schoenen en lederwaren, de kledingwinkels, de winkels in doe-het-zelfartikelen, keukens en vloeren en de winkels in meubels en woninginrichting realiseerden in november een omzetstijging. Verder kwam de omzet van de drogisterijen nauwelijks hoger uit dan een jaar eerder en is de omzet van de winkels in recreatie-artikelen gekrompen.

Omzetstijging winkels in voedingsmiddelen 2,5 procent
De winkels in voedings- en genotmiddelen hebben in november 2,5 procent meer omgezet dan in november 2017. Het verkoopvolume groeide met 1 procent. De omzetstijging van de supermarkten (2,8 procent) was groter dan die van de speciaalzaken (1 procent).

Online omzet bijna 20 procent hoger
De online omzet was in november bijna 20 procent hoger dan in dezelfde maand een jaar eerder. Webwinkels hebben bijna 12 procent meer omgezet. Webwinkels hebben als hoofdactiviteit verkoop via internet. De online omzet van winkels waarvan de verkoop via het internet een nevenactiviteit is (multi-channelers) groeide met ruim 33 procent.

Bron

CBS 15 januari 2019

Opbrengst btw groeit in 50 jaar tot meer dan 50 miljard

Op 1 januari 2019 was het vijftig jaar geleden dat de btw in Nederland werd ingevoerd. In deze periode steeg de opbrengst van 2,6 miljard euro tot ongeveer 53 miljard euro per jaar. Na de loon- en inkomstenheffing is de btw de belangrijkste inkomstenbron voor de overheid. Dat meldt het CBS op basis van cijfers over de btw vanaf 1969.

 
De belasting op de toegevoegde waarde (btw) bestaat in Nederland sinds 1 januari 1969. In het eerste jaar leverde de btw de schatkist 2,6 miljard euro op. Sindsdien steeg de opbrengst gemiddeld met ruim 6 procent per jaar tot ongeveer 53 miljard euro in 2018 (raming ministerie van Financiën, Najaarsnota 2018). In deze halve eeuw zijn er vijf jaren geweest waarin de inkomsten uit btw afnamen. Uitgedrukt als percentage van het bbp schommelt de opbrengt sinds eind jaren zeventig rond de 6,5 procent.
 

Tarieven meerdere keren gewijzigd

De ontwikkelingen in de btw-opbrengst zijn deels het gevolg van tariefwijzigingen. De opbrengst van de btw steeg in de eerste jaren relatief snel, onder andere doordat de tarieven flink werden verhoogd. Bij de introductie in 1969 waren het lage en hoge tarief respectievelijk 4 en 12 procent, tegen het einde van 1986 waren ze 6 en 20 procent. Daarna volgde echter een periode waarin het hoge tarief geleidelijk werd verlaagd, naar 17,5 procent in 1992. In de 21e eeuw is het hoge tarief daarentegen weer stapsgewijs verhoogd naar 21 procent. Het lage tarief is minder vaak aangepast en lag tussen eind 1986 en 2018 constant op 6 procent. Per 1 januari 2019 geldt echter een laag tarief van 9 procent. Niet eerder waren de btw-tarieven zo hoog. Dit hangt samen met het kabinetsbeleid om de belasting op consumptie te verhogen ten faveure van een lagere belasting op arbeid. Zo zijn per 1 januari 2019 de tarieven voor de loon- en inkomstenheffing juist verlaagd.

Huishoudens betalen gemiddeld bijna 9 procent btw

Door de combinatie van tarieven bedroeg in 2018 de gemiddelde btw-heffing op de consumptie van huishoudens 8,7 procent. Dit gemiddelde wordt gedrukt doordat bepaalde goederen en diensten zijn vrijgesteld van btw, zoals vliegtickets, kinderopvang en de huur van een woning. Deze vrijgestelde aankopen waren in 2018 goed voor 37 procent van de totale consumptie door huishoudens. Bijna een kwart van de aankopen was belast met het lage tarief. Onder dit tarief vallen onder andere voedings- en geneesmiddelen. De resterende 38 procent van de door huishoudens aangekochte goederen en diensten, bijvoorbeeld kleding en auto’s, vallen onder het hoge tarief.

Economische crisis zorgt voor daling btw-opbrengst

Naast tariefwijzigingen wordt de omvang van de btw-opbrengst bepaald door economische ontwikkelingen, zoals de groei van consumptie en inflatie. Zo zorgde de economische crisis ervoor dat in 2009 de opbrengst van de btw met bijna 5 procent afnam, de grootste daling van de afgelopen vijftig jaar. Ook in 2012 leidde de economische laagconjunctuur tot een daling van de inkomsten uit btw.

Btw op een na grootste inkomstenbron voor de schatkist

De btw is de laatste jaren goed voor ongeveer 18 procent van de totale belasting- en premie-inkomsten van de overheid. Nadat het aandeel van de btw in de belasting- en premieopbrengsten jarenlang rond de 16 procent schommelde, steeg dit vanaf het begin van de jaren negentig tot bijna 20 procent aan het begin van deze eeuw. Daarna nam het aandeel langzaam weer af. Hiermee is de btw een van de belangrijkste inkomstenbronnen voor de Staat. Alleen de loon- en inkomstenheffing (loon- en inkomstenbelasting plus premies volksverzekeringen) levert met een opbrengst van ruim 100 miljard euro de schatkist meer op. Na de loon- en inkomstenheffing en de btw zijn de premies voor het Zorgverzekeringsfonds en de vennootschapsbelasting de belangrijkste bronnen van inkomsten voor de overheid.

Bron

CBS januari 2019

Contactgegevens

BTBedrijfsadvies

Kauwenhoven 78

6741 PW Lunteren

 

T (0318) 48 33 82

E Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.